TON'S INTERDEPENDENT THOUGHTS




Auteur / Autor
Ton Zijlstra
(E-mail)

Explain Blog-title


Links:





Herbert Blankesteijn doet een duit in het zakje

Op de NOS site Amerika Kiest, wordt wetenschapsjournalist Herbert Blankesteijn geïnterviewd over de rol van internet in de Amerikaanse verkiezingscampagnes, en laat blijken het nieuwe slechts in termen van het oude te kunnen verwoorden. En daardoor slaat hij verschillende planken mis.

Enkele brokstukken:

Internet is nog steeds niet zo belangrijk als de goeroes ooit geroepen hebben. Dat blijkt wel uit het feit dat de bedragen voor internet ongeveer één procent zijn van de sommen die voor tv worden uitgetrokken. Achter de televisie vind je immers de zwevende kiezer die overtuigd moet worden.

Of er meer zwevende kiezers op de bank voor de tv hangen, danwel op de keukenstoel achter het beeldscherm, kan ik niet beoordelen. Maar de onderbouwing dat de uitgaven voor tv nog steeds bepalend zijn, en die voor internet marginaal, is geheel betekenisloos. Allereerst staan de kosten voor internetpresentie en die voor tv-spotjes in geen verhouding tot elkaar. Het zal wel niet de verhouding 1 op 100 zijn, maar deze suggestie dat ze gelijkwaardig zijn is absurd.

Ten tweede is er een groot structuurverschil tussen internet en tv. TV is centraal en top-down, internet decentraal, gedistribueerd en bottom-up. TV wordt betaald vanuit centrale knooppunten, campagneteams, belangenorganisaties, lobby-clubs. Internet wordt echter grotendeels benut door vrijwilligers die zich met behulp van internet organiseren, posters en folders verspreiden, tips en kennis delen etc. De kosten daarvan worden door die vrijwilligers zelf gedragen, en komen niet terug in de nationale campagnebudgetten. Bovendien is die internetactiviteit voor een deel ook onzichtbaar voor het centrale campagneteam, en voor het merendeel buiten de controle daarvan. Dat activisme bereik je niet met tv, en door alleen naar de centraal geregisseerde internetactiviteiten te kijken creëer je een blinde vlek van flinke omvang.

Volgens Blankesteijn is internet geen geschikt medium om kiezers te binden. Van het succes dat Howard Dean vorig jaar leek te hebben door zijn campagne via internet, was Blankesteijn dan ook niet onder de indruk. "Er wordt gezegd dat Dean bijna de voorverkiezingen had gewonnen dankzij zijn campagne via internet. Maar dat is helemaal niet waar. Hooguit heeft hij internet gebruikt
om zijn campagneteam op te bouwen, fondsen te werven en een eigen aanhang op te bouwen."

De woordkeus "hooguit" bagatelliseert de gebeurtenissen aanzienlijk. Dean was de meest succesvolle democratische fondsenwerver ooit, en wel voornamelijk via kleine bijdragen van individuen via internet. Hij haalde meer geld binnen dan Clinton, de beste fundraiser tot dan toe, op de top van zijn populariteit als president. Het werven van aanhang, dat juist ook met name buiten de officiële internetactiviteiten van Dean's team gebeurde, en het opbouwen van een campagneteam zijn natuurlijk wel belangrijke zaken. Dat dat nu grotendeels via internet ging is niet iets om lichtjes af te doen, het is juist een opmerkelijke zaak. Dat Dean verloor zegt weinig over het gebruik van internet op zich, en lag meer aan groupthink: enthousiast op het web zijn, en veel geld binnenhalen is alleen nuttig als je daarna ook daadwerkelijk massaal naar de stembus gaat, en dat was buiten zicht geraakt.

Maar werkelijk campagne voeren via internet gaat niet, volgens Blankesteijn. "Op internet kun je heel goed doelgroepen bereiken. Deans aanhang bestond waarschijnlijk ook uit mensen die elkaar al op een of andere manier kenden, of mensen die min of meer dezelfde opvattingen hadden. Maar tijdens verkiezingen moet je juist mensen overtuigen die jouw mening niet delen. En die heeft Dean met geen stok naar zijn website gekregen. Dat bleek wel toen hij zijn internetsucces niet wist om te zetten in klinkende politieke munt."

Hier loop je weer tegen het denken in centrale en command & control structuren aan. En die heeft Dean met geen stok naar zijn website gekregen. Het gaat niet zozeer om Deans website. Dat was niet de belangrijkste stek in de internetactiviteit rondom Dean. Dat waren sites als Meetup.com en de internet-activiteiten van mensen in hun eigen omgeving. De spin-off daarvan was dat er een enorm aantal groepsbijeenkomsten zijn geweest, geen partij-bijeenkomsten, waar mensen bijeenkwamen om over politiek te praten. Als je kijkt naar de verslagen daarvan zie je dat daar juist relatief veel zwevende kiezers en ook Republikeinen bij aanwezig waren. In die face to face ontmoetingen is veel voor Dean gewonnen. Door gewone mensen die hun buren uitnodigden om over het land te praten. Vanuit een centralistisch oogpunt is dat verwaarloosbaar, maar een stijgend bewustzijn en minder passiviteit onder de bevolking lijkt mij een flinke winst.

Tenslotte nog een dooddoener over weblogs:
Los daarvan zijn weblogs van een langdradigheid waar je niet goed van wordt. Webloggers schrijven vaak door totdat ze helemaal uitgeluld zijn. En dat betekent meestal dat je je rot zoekt naar de essentie van wat ze te melden hebben.

Laten we niet medium en inhoud gelijk stellen. Er zijn ook onleesbare kranten, en de langdradigheid van veel televisie programma's doet mij algauw weer naar de RSS-reader grijpen. Laten we ook de notie loslaten dat weblogs journalistieke producten zijn. Al zijn sommige dat natuurlijk wel. De kern van weblogs is dat het een vorm van verhalen vertellen is. En verhalen worden vaak slecht en langdradig verteld. Dat maakt verhalen niet waardeloos, integendeel, ze verschaffen allerlei subjectieve context. Het gaat bij weblogs niet om feitjes, of de essentie van wat er te melden valt, daar zijn reguliere media voor. Het gaat om juist die context die niet in getallen te vatten is, om hands-on ervaringen van mensen. Dankzij die verhalen heb ik dit keer een scherp beeld gekregen van hoe diep de verschillen in Amerika op dit moment beleefd worden. Vandaag nog mailde ik Phil Wolff, zeer actief in zijn omgeving om voor Kerry campagne te voeren, het volgende:

Thanks to you and other bloggers this time I got a great view on the whole campaign. I never had the potential to tap into so much local stories and get a gist how divided the US electorate is at this point. That is a boon in itself. In previous elections we only got our own press stories, and the polls, and some campaign shots on tv. This time around I heard and read a whole lot of stories coming straight from citizens. Our f2f conversations in Vienna, our few Skype calls in the past 12 months or so, the f2f conversations I had with quite a few Americans, reading the blogs, it's all been very up-close.

Verhalen vertellen is ook een belangrijk onderdeel in mijn vakgebied kennismanagement. Het stelt je namelijk in staat om allerlei informatie over de toegevoegde waarde van een organisatie boven water te halen die je nooit in jaarverslagen zult vinden, omdat de meetmethodieken daar niet geschikt voor zijn, en het is een prachtig middel om contextrijke informatie over te dragen en zo kennis te delen.

In het interview maakt wat mij betreft Herbert Blankesteijn geen van beide samenstellende delen van zijn vak dan ook waar: wetenschapsjournalist.

Permalink | Reacties (1) | TrackBack



Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons License.

Powered by
Movable Type 3.21

Ton/Male/31-35. Lives in Netherlands/Overijssel/Enschede/Bothoven, speaks Dutch, English and German. Spends 80% of daytime online. Uses a Fast (128k-512k) connection. And likes knowledge management.
This is my blogchalk:
Netherlands, Overijssel, Enschede, Bothoven, Dutch, English and German, Ton, Male, 31-35, knowledge management.

www.blogwise.com